ROB STOLK WIL VAN ZIJN LIBANESE NACHTMERRIES AF


Ik heb Rob leren kennen via internet en bij de Bluehelmets ben ik daadwerkelijk met hem in contact gekomen.
Deze maat heeft mij toestemming gegeven om dit artikel wat verschenen is in de Revu te plaatsen.
Nu nog steeds is Rob op zoek naar de juiste behandeling om met zijn PTSD te leren leven.
Een vent met een hart van goud getekend door zijn Unifil-verleden
 

Het gaat erg goed met Rob.
Rob is bezig met het opzetten met een eigen restaurant
Rob kennende moet dit gaan slagen.

Ik wens hem heel erg veel succes toe.

 

Artikel uit de Nieuwe Revu van februari 1999       Hoe vaak verscheen die Libanees die van dichtbij op hem schoot al in zijn
     nachtmerries? Toch wel een paar honderd keer. En die avond dat hij midden in
     een gevecht tussen PLO'ers en de pro-Israëlische milities terecht kwam, beleeft
     hij ook telkens opnieuw. Na zijn Unifil periode in 1982 probeerde Rob Stolk
     (36) het normale leven op te pakken. En dat leek ook lange tijd te lukken. Maar
     toen strandde zijn huwelijk en ging hij failliet. Hij werd steeds prikkelbaarder.
     En toen vorig jaar een nieuwe relatie stuk liep, brak hij. Nu wordt Rob Stolk
     behandeld voor Posttraumatische Stress Stoornis. Helemaal beter zal hij nooit
     meer worden. "Maar ik wil alle dingen die door mijn hoofd spoken in een doos
     kunnen stoppen. En dat ik uitmaak wanneer die doos opengaat. 

     "Het verhaal van één van de 8000 Libanon-veteranen.

     Half september vorig jaar komt Rob Stolk, een forsgebouwde jongen met donkerblond haar,
     blauwe ogen en flinke biceps, de redactie op. Hij wil in de archieven van de Nieuwe Revu
     zoeken naar een artikel over Libanon. Rob Stolk is één van de 8000 Nederlandse militairen
     die tussen 1979 en 1983 in Zuid-Libanon voor de Verenigde Naties als een soort politieagent
     de strijdende partijen uit elkaar moesten zien te houden.

     Op de vraag of hij wilt praten over zijn ervaringen, antwoordt hij dat hij zes weken intern op
     de psychiatrische afdeling van het Centraal Militair Hospitaal zit. En dat hij eerst tot rust wil
     komen. De maanden er na is er regelmatig, veelal telefonisch contact. De ene keer praat hij
     over zijn medicijnenstrips die hij heeft leeggegeten, waarna de pillen er op de operatietafel
     weer werden uitgepompt. Een andere keer over hoe hij in het psychiatrische ziekenhuis op
     een bed een flashback kreeg Hij droomde van een granaataanval en wilde wegduiken. In zijn
     droom had hij voldoende ruimte maar in het kamertje waar hij in sliep was het iets krapper,
     zodat hij met zijn hoofd tegen een tafelrand vloog. De keer daarna klinkt er gehamer op de
     achtergrond: er wordt een keukenblok geïnstalleerd in de woning die hij eindelijk heeft
     gekregen. Soms kan hij niet praten, omdat hij gekweld wordt door migraineaanvallen. Die
     keer zegt hij bezig te zijn met een militair invaliditeitspensioen.

     Verder volgt hij in die periode twee dagen per week een poliklinische behandeling. Woensdag
     een groepstherapie met andere ex-soldaten uit Libanon, Cambodja en Bosnië. Donderdag de
     EMDR- methode een soort hypnose om herinneringen die nog 'vaag' rondzweven in het hoofd
     helder te krijgen en op te slaan in het geheugen, zodat hij er minder last van heeft. Ergens in
     november spreken we af in zijn nieuwe huis, een tweekamer woning in Rotterdam. Een trap
     leidt naar een bovenetage met schuine wanden. Een kat springt op. Tegen een muur staat een
     collectie Coca-Cola blikjes. Rob Stolk draagt een T-shirt waardoor een litteken zichtbaar is.
     We praten over zijn leven. verder