1991 eindigt het huwelijk. In dat
jaar woedt de oorlog in voormalig Joegoslavië en stuurt
Nederland opnieuw VN-militairen naar een
conflict gebied. Als hij naar de tv kijkt ziet Rob
veel overeenkomsten met zijn eigen
VN-periode. Hij raakt er door gedeprimeerd. En dan
niet zozeer vanwege de
oorlogshandelingen, de ellende van doden, verminkte lijken en
huilende kinderen. Hij is intussen
brandweerman en in die baan ziet hij wel vaker gewonde en
dode mensen. Nee, het gevoel van onmacht
komt weer boven als hij de Nederlandse
militairen met een slecht mandaat naar
Bosnië ziet vertrekken om Scebrenica te verdedigen.
"Het feit dat je daar bent met
een vredestaak en niks mag terug doen." De muur die hij om
zich heen heeft gebouwd, valt in deze
periode langzaam om. Eerst herinnert hij zich opnieuw
de voorvallen als schietpartijen en de
angstige nachtpatrouilles. Later komen de her
belevenissen: Flashbacks en
nachtmerries. Hij moet zich inhouden als hij op straat mensen
met een Arabisch uiterlijk tegenkomt,
hij is dan al eens in de trein een Marokkaan
aangevlogen. "Ik nam me altijd
voor: die mensen doen niks. Maar als ik ze in een
winkelcentrum zag lopen, stond het zweet
onder mijn oksels."
Hij besluit dat het tijd is om hulp
te zoeken. Rob Stolk meldt zich aan bij het RIAGG in
Vlaardingen die opvang heeft voor
oorlogsgetraumatiseerden. Maar het klikt niet, hij heeft
het gevoel dat het niets oplevert. Dan
wordt hij gewezen op de mogelijkheid hulp te krijgen
van het ministerie van Defensie. Maar
dat wil hij niet, want Defensie ziet hij als de oorzaak
van zijn problemen.
Totdat ook een relatie met een nieuw
vriendinnetje stukloopt. "Ze was vertrokken en ik
kwam in een leeg huis. Ik heb de deur
achter me dichtgeslagen en ben gaan lopen. Ik sliep
onder bruggen en ik hooibergen. Ik liep
maar door. Ik kon niet meer stoppen, ik heb mijn
voeten kapot gelopen." Een maat van
de brandweer, die hem ondanks een baard en vieze
kleren herkent, dwingt Stolk ertoe zich
te laten opnemen. Het wordt meteen een
crisisopname.
Dat was augustus vorig jaar. Ferry
Unck is hoofd van de afdeling psychiatrie van het
Centraal Militair Hospitaal in Utrecht,
waar Rob nu een half jaar onder behandeling is. Het
CMH beidt jaarlijks hulp aan 35 tot 50
veteranen uit Libanon, Cambodja en Bosnië.
Sommigen zijn te behandelen middels een
aantal gesprekken, anderen gaan een jaar in
therapie. Rob Stolk valt in de laatste
categorie. Hij is in de woorden van de psychiater "een
doorsnee geval van een ernstige
afwijking." Rob Stolk lijdt aan PTSS. Posttraumatische
Stress Stoornis, een geestelijke wond
die hij heeft overgehouden aan een extreme
stresssituatie.
Het ziektebeeld kent drie symptomen.
De herbelevingen vormen het eerste: de flashbacks en
nachtmerries. Als hij naar een
oorlogsfilm kijkt, bekruipt hem het gevoel dat hij zelf weer
midden in een oorlogssituatie zit. Het
tweede is vermijdingsgedrag: hij trekt zich sociaal terug,
is moeilijk toegankelijk houdt afstand
tot andere mensen. En het derde is alertheid: hij wordt
geplaagd door een voortdurend verhoogde
waakzaamheid, is snel geprikkeld en agressief.
Hij kan vanwege iets pietluttigs door
het lint gaan, heeft snel hoofdpijn, lijdt aan
slapeloosheid. En het geluid van
vuurwerk beleeft hij als een inslag van een mortier.
Wat ook meespeelde, was zijn leeftijd
destijds. Hij is 19 jaar als hij de oorlog wordt
ingestuurd en jonge mensen zijn over het
algemeen gevoeliger voor het mee maken van
excessen dan oudere. Bovendien sliep hij
in Libanon slecht vanwege de onregelmatige
diensten, werkte hij onder zware druk en
is hij met de dood bedreigd. Unck: "Veel
problemen voorkom je als je zorgt dat de
mensen voldoende rust hebben. Dat er goed
militair leiderschap bestaat, met
straffe discipline. Zo houd een soldaat het gevoel dat hij
controle heeft over de situatie.'
Jarenlang zag Rob Stolk kans normaal te leven. Totdat er een
trigger, een breekpunt kwam.
Waar die bij Rob Stolk lag, is niet
precies aanwijsbaar. Die heeft bij zijn echtscheiding
kunnen liggen. Of bij zijn faillissement
. Unck: "De variatie in de verschillende factoren die een
rol kunnen speken bij het ontstaan van
PTSS is zo groot dat je dat breekpunt nooit exact
boven kunt krijgen." Rob Stolk is
geen uitzonderlijk geval. De laatste twintig jaar zijn zo'n
35.000 Nederlandse militairen
uitgezonden. Daarvan heeft zo'n 10 procent psychische
klachten en zo'n 5 procent behoeft
behandeling. Alleen bij de Scebrenica-gangers liggen die
percentages hoger, tussen de 15 en 20.
momenteel zijn er in het CMH, Centrum in Oestgeest
en bij de RIAGG in Rijnmond en
afzonderlijke defensie onderdelen zo'n 120 tot 130 mensen
in behandeling.
Van een maatschappelijk probleem wil
Unck niet spreken, hoewel er voorbeelden zijn van
ex-militairen die zich te buiten gingen
aan extreem geweld of het criminele pad zijn opgegaan.
Momenteel opereren Nederlandse
militairen in onder andere Bosnië en op Cyprus. Ook
voor de vredesmacht KFORCE voor Kosovo
is Nederland opnieuw beried troepen te
leveren . Unck : "Bij mijn
psychiatrische afdeling ontstaat langzamerhand een wachtlijst. "
Is er een oplossing voor Rob Stolk?
Ferry Unck: "Ik zeg bij het
begin van een sessie: "Je komt er nooit helemaal meer vanaf als je
er al zolang mee bezig bent. Maar als je
de moed kunt opbrengen om je te laten behandelen,
zijn er toch heel veel meer
mogelijkheden om jezelf in de hand te houden en weer een
normaler leven te leiden." Rob
Stolk weet dat hij nooit meer helemaal zal genezen. "Maar ik
wil alle dingen die door mijn hoofd
spoken in een doos kunnen stoppen. En dat ik uitmaak
wanneer die doos open gaat."
Als het artikel hem onder ogen komt,
stuurt hij per e-mail nog een toevoeging. In Libanon
moest hij als manusje van alles ook het
keuken afval naar de dump rijden. Vies en
onaangenaam werk door de stank en vele
vliegen. Hij herinnert zich hele Libanese families,
van kinderen tot bejaarden, die op de
vuilnisbelt leefden in golfplaten huizen en vochten om
die restjes eten. "Dit heeft veel
indruk op mij gemaakt, een gevoel dat ik nauwelijks kan
verwoorden."
Hij besluit de e-mail met de regels:
In a world without doors and walls. Why do we need windows and gates?